Correct banden verwisselen

Banden verwisselen
Wielen of banden wisselen
Een wielwissel, in de volksmond ook wel bandenwissel genoemd, bij voertuigen vindt meestal twee keer per jaar plaats bij het verwisselen van de zomer- of winterbanden. Maar ook bij een defecte of versleten band is een bandenwissel nodig. Moet de werkplaats een wielwissel uitvoeren of kunt u zelf de wielen verwisselen? We geven u belangrijke informatie over het onderwerp en een handleiding voor een veilige wielwissel!
Wanneer moeten de banden worden vervangen?
Bij het normale wisselen van banden of wielen geldt de oude seizoensregel: van oktober tot Pasen worden winterbanden gebruikt, daarna zijn zomerbanden aan de beurt. Over het onderwerp winterbanden zijn er wettelijke voorschriften in de Wegenverkeerswet StVO § 2 lid 3a en § 36 lid 4. De essentie hiervan is dat bij winterse wegomstandigheden met daarvoor geschikte banden moet worden gereden. Ook wordt een minimale profieldiepte van 1,6 mm vastgesteld, vanaf deze diepte moeten de banden worden vervangen. Algemeen wordt echter een minimale profieldiepte van 4 mm voor winterbanden en 3 mm voor zomerbanden aanbevolen. Zodra de profieldiepte van de banden onder deze waarden zakt, dient een bandenwissel plaats te vinden. Verder moet een autoband uiteraard worden vervangen zodra hij defect is. In tegenstelling tot het wisselen van een wiel (vervangen van het complete wiel inclusief velg) worden bij het wisselen van banden nieuwe banden op de bestaande velgen gemonteerd.

Welk gereedschap heb je nodig voor het wisselen van wielen of banden?
Onze tips voor goed gereedschap voor het verwisselen van banden:
- Krik: Dit gereedschap is essentieel om het ene wiel te kunnen verwijderen en het nieuwe wiel te kunnen monteren. Bij elke auto wordt een mechanische krik geleverd. Veel comfortabeler werkt men echter met een hydraulische krik of zelfs een garagekrik.
- Assteun: Dit is een zinvolle ondersteuning die de auto beschermt tegen onbedoeld zakken.
- Kruissleutel: De kruissleutel wordt gebruikt om de wielmoeren los en vast te draaien.
- Momentsleutel: Het gebruik van een momentsleutel of een slagmoersleutel met instelbaar draaimoment is natuurlijk de veiligere manier om de wielmoeren los of vast te draaien.
- Dopsleutels: Als er een wielslot aanwezig is, moeten de juiste dopsleutels klaar liggen.
- Velgslot-verwijderingsgereedschap: Hiermee kan eenvoudig en snel elk wielslot worden verwijderd, zonder de velg te beschadigen.
Handleiding voor het verwisselen van banden
Met deze stapsgewijze handleiding en het bovengenoemde gereedschap moet het wisselen van de banden of wielen lukken.
-
-
Het voertuig op een geschikte ondergrond (vlak, plat en stevig) parkeren. Handrem of elektrische parkeerrem aantrekken en de eerste versnelling inschakelen, of bij een automaat de versnellingspook in de stand "P" zetten.

-
Voordat de banden worden verwisseld, moeten de wielmoeren/-bouten lichtjes worden losgedraaid terwijl het voertuig nog veilig op de grond staat. Dit vergemakkelijkt het verwijderen van de wielen zodra het voertuig is opgetild en voorkomt dat de wielen meedraaien./p>

-
De krik correct plaatsen en het voertuig omhoog tillen. Het wiel moet vrij kunnen draaien (1-2 cm grondafstand is voldoende). Plaats een assteun eronder. De handleiding van de auto geeft aan waar de krik onder de auto moet worden geplaatst, het benodigde aanhaalmoment voor de wielen en of er een direct bandenspanningscontrolesysteem is ingebouwd.

-
Draai de wielmoeren volledig los. Maak de bovenste bevestiging als laatste los en controleer de moeren op roest of beschadiging.

-
Nadat het voertuig veilig is opgetild en de wielmoeren volledig zijn losgedraaid, kan het wiel voorzichtig van de naaf worden verwijderd. Zorg ervoor dat het wiel stabiel wordt gehouden om kantelen of beschadiging van de naaf te voorkomen.

-
Voordat het nieuwe wiel wordt gemonteerd, moeten vuil, roest of resten van het wielaanslagoppervlak worden verwijderd. Dit zorgt ervoor dat het wiel correct ligt, voorkomt onbalans of beschadigingen en verlengt de levensduur.

-
Nieuw wiel met de juiste band voor het betreffende seizoen monteren (indien nodig asspecifieke wissel, voor zover er geen gemengde banden zijn. Bij banden met een vaste draairichting kan niet kruislings worden gewisseld). Bij wissel voor/achter wordt het loopvlak gelijkmatig versleten. Bij verschillende profieldieptes het betere profiel achter monteren.

-
Plaats de wielmoeren en draai ze met de hand vast. Let op: Verschillende velgtypes kunnen verschillende passende moeren hebben!

-
Het voertuig licht laten zakken en de krik verwijderen.

-
Draai de wielmoeren vast met het juiste draaimoment (het juiste draaimoment is te vinden in het handboek). Belangrijk: controleer na 50 km of de wielbouten nog goed vastzitten.

-
Gemonteerde wielen dienovereenkomstig markeren (bijv. voor links), zodat ze weer op de oude plaats kunnen worden geplaatst of verwisseld.

-
Controleer de bandenspanning en vul zo nodig bij (informatie staat vaak aan de achterkant van de tankdop).

-
Proefrit maken, daarbij letten op onbalans.

-
Wielen correct opslaan
Na het verwisselen van de autobanden is een juiste opslag tot de volgende bandenwissel belangrijk.
De volgende punten moeten in acht worden genomen:
- Controleer de banden op schade. Bij twijfel door een vakman laten controleren.
- Controleer de bandprofiel diepte. De wettelijke minimale profieldiepte bedraagt 1,6 mm, de ADAC raadt aan bij winterbanden minimaal 4 mm, bij zomerbanden 3 mm.
- Controleer de leeftijd van de band aan de hand van het DOT-nummer. Dit is in de zijwand van de band gegraveerd. Het viercijferige getal geeft de productiemaand en het productiejaar aan, bijvoorbeeld 0420. Aangezien het rubber met de leeftijd harder wordt, moeten winterbanden na 6 jaar en zomerbanden na 8-10 jaar worden vervangen.
- Complete wielen liggend stapelen, of afzonderlijk aan de velg ophangen. Banden zonder velg staand opslaan. De wielen moeten regelmatig gedraaid worden.
- Beschermen tegen zonnestraling en vocht.

Wanneer kan de autoband beter in de werkplaats worden vervangen?
Met het juiste gereedschap is het verwisselen van banden niet moeilijk, toch zijn er altijd situaties waarin u beter kunt vertrouwen op de expertise en het professionele gereedschap in de werkplaats. Zo moet de autoband idealiter in de volgende situaties in de werkplaats worden verwisseld:
- Als de banden zijn uitgerust met een direct bandenspanningscontrolesysteem (TPMS). Hier meet een sensor in de band constant de bandenspanning en stuurt de waarden naar de boordelektronica. Bij een afwijking van de juiste bandenspanning geeft het systeem een waarschuwingsmelding. De installatie en het onderhoud van deze sensoren moeten in een gespecialiseerde werkplaats worden uitgevoerd. (Daarentegen werkt de indirecte drukmeting anders: Na het vullen van de banden tot de juiste luchtdruk wordt de boordcomputer handmatig geïnformeerd. Deze registreert dan de rotatiesnelheid van de wielen in verhouding tot de voertuigsnelheid en slaat deze waarden op. Bij drukverlies neemt de wielomtrek af, wat de rotatiesnelheid verandert. De boordcomputer herkent deze afwijking en geeft ook een waarschuwingsmelding).
- Wanneer de banden in de werkplaats worden opgeslagen, kan het zinvol en vooral voordeliger zijn als ook de wissel daar wordt uitgevoerd. Een werkplaats controleert voor de opslag ook alle noodzakelijke bandendetails en kan eveneens een velgenreiniging en een vakkundige opslag verzorgen. Balanceren is pas bij de hermontage vereist.
- Bij elektrische auto's moet een daarvoor gekwalificeerde werkplaats (bewijs volgens BGI/GUV-I 8686 niveau 1) worden ingeschakeld voor het wisselen van banden. Zelf banden wisselen kan leiden tot verlies van verzekering.
























































